Resultaten chronologisch

Het Landelijk Pleegzorg Panel is geheel afhankelijk van giften en donaties. Om het Landelijk Pleegzorg Panel te steunen klikt u hier.

Vraag 31: Diversiteit in pleegzorg

Deze enquête gaat over pleegzorg waarbij er sprake is van grote verschillen in cultuur tussen ouders met een niet-Nederlandse achtergrond en Nederlandse pleegouders.

De resultaten schetsen een beeld van de praktijk waarbij er een grote wens is om met elkaar samen te werken. In de praktijk blijkt daar om verschillende redenen nog niet veel van terecht te komen.

Om het verslag te downloaden klik je hier.

Vraag 30: Werving van pleeggezinnen

In deze enquête vroegen we de leden naar tips om nieuwe pleeggezinnen te werven en ook wat zij bijvoorbeeld vinden van de huidige campagne: “Supergewone mensen gezocht”. Het blijkt dat veel leden de beeldvorming in de campagne onrealistisch en te positief vinden. De belangrijkste tip was eigenlijk: zet meer in op het behouden van de huidige pleegouders.

Om het verslag te downloaden klik hier.

Om op Facebook over dit onderwerp met anderen van gedachten te wisselen klik hier.

Vraag 29: Ondersteuning in pleegzorg

Pleegzorg doe je niet in je eentje. Er zijn altijd meerdere mensen bij betrokken en om de eigen taken goed uit te kunnen voeren heeft elke betrokkene op veel momenten de inzet van andere betrokkenen nodig. Je kunt deze inzet naar elkaar zien als samenwerking. Je kunt het ook benoemen als wederzijdse ondersteuning. De uitslag van deze enquete was wederom verrassend. Deze enquête bevat meerdere signalen die naar ons idee reden zijn voor zorg en verder onderzoek.

Om het artikel te downloaden klik hier.

Vraag 28: Ruzie en conflicten in pleegzorg

In eerste instantie lijkt het mee te vallen met de meningsverschillen, ruzies en conflicten maar bij nadere beschouwing speelt er toch vaak meer op de achtergrond dan in eerste instantie zichtbaar is. Bijna 80% van de pleegouder-respondenten vindt het bijvoorbeeld moeilijk om tegen biologische ouders te zeggen wat ze denken en voelen. Het blijkt dat ruzie en conflicten ‘normaal’ zijn in pleegzorg, zeker de helft van de respondenten kan er over meepraten, en de gevolgen zijn vaak heftig. Genoemd worden onder andere: uithuisplaatsing en traumatisering. De beste manier om ruzies en conflicten bij te leggen én om ze te voorkomen is open met elkaar communiceren en elkaar serieus nemen.

Om het artikel te downloaden klikt u hier.

Vraag 27: Niet begeleide minderjarige vluchtelingen in pleegzorg

Het overgrote deel van de respondenten vindt dat minderjarige asielzoekers, die alleen reizen, kunnen worden opgevangen in een pleeggezin mits: er goede begeleiding is voor de kinderen en de pleeggezinnen, er voldoende aandacht is voor de trauma’s van de kinderen, het contact met de eigen cultuur aandacht krijgt en het pleeggezin stevig in zijn schoenen staat.

Om het artikel te downloaden klikt u hier.

Vraag 26: Feestdagen in pleegzorg

Feestdagen kunnen voor kinderen in pleegzorg beladen dagen zijn. Juist tijdens deze dagen kunnen kinderen met de vraag worstelen: “Waar hoor ik nou eigenlijk thuis?”.

Om inzicht te krijgen in hoe pleegzorg-betrokkenen omgaan met feestdagen zijn aan de panelleden een aantal vragen voorgelegd. Uit de antwoorden blijkt dat bijna iedereen het belangrijk vindt dat er goed wordt nagedacht over hoe en met wie pleegkinderen belangrijke feestdagen doorbrengen. Er wordt echter niet vanzelfsprekend overlegd over hoe en met wie pleegkinderen belangrijke feestdagen doorbrengen. Veel pleegzorg-betrokkenen zijn dan ook niet tevreden over hoe het nu gaat.

Om het artikel te downloaden klikt u hier.

Vraag 25: vakantie en pleegzorg.

Eind 2015 zijn aan de leden van het panel een aantal vragen voorgelegd over vakantie in pleeggezinnen.
De resultaten van nu kunnen we vergelijken met die van 2009. In dat jaar hebben we de leden namelijk dezelfde vragen voorgelegd.

Om het artikel te downloaden, klik hier: Resultaten vraag 25 Landelijk Pleegzorg Panel zomervakantie 2015

Vraag 24: Koppelplaatsingen

Broertjes en zusjes die uithuisgeplaatst worden, komen regelmatig in hetzelfde pleeggezin
terecht (koppelplaatsing), maar ook in verschillende gezinnen. Soms lukt het wel om
onderling contact te onderhouden en soms helemaal niet. Mobiel dook in Amerikaanse en
Nederlandse onderzoeksliteratuur en vroeg via het Landelijk Pleegzorg Panel naar de
ervaringen van betrokkenen. De meeste respondenten waren pleegouders. Van de 313
verzonden vragenlijsten zijn er 69 teruggekomen. De antwoorden geven een mooi inzicht in gerezen problemen en suggesties voor oplossingen.

Om het artikel te downloaden, klik hier.

Vraag 23: Vernieuwing! Nieuwe werkwijze Landelijk Pleegzorg Panel?

Het team van het Landelijk Pleegzorg Panel heeft eind 2014 stilgestaan bij de vraag of de werkwijze van het panel -het periodiek voorleggen van een enquête met betrekking tot een thema en het presenteren van de resultaten in de vorm van een verslag- nog wel voldoende aansluit bij de doelstelling van het panel: de uitwisseling van kennis en ervaringen van alle betrokkenen in de pleegzorg met de intentie het onderlinge begrip en de samenwerking te vergroten. Als gevolg van deze overpeinzingen is deze vraag in november 2014 voorgelegd aan de panelleden. Hierbij is ook gevraagd naar de droomwens voor de pleegzorg, naar wat er nodig is om die gedroomde situatie te bereiken en naar wat het Landelijk Pleegzorg Panel hierin kan betekenen.

Om het verslag te downloaden, klik hier.

Vraag 22. Overplaatsingen binnen pleegzorg

Belangrijkste conclusies: 1. Er worden op dit moment te vaak kinderen overgeplaatst.
2. Er kan nog veel worden gedaan om het aantal onnodige overplaatsingen te verminderen. Lees verder

3. Bij een overplaatsing ervaren veel pleegkinderen angst en voelen zich in de steek gelaten. Pleegouders ervaren vaak onmacht en hebben het gevoel te falen; Eigen kinderen ervaren vaak opluchting en vrijheid; Ouders ervaren vaak machteloosheid. Allemaal ervaren ze daarnaast vaak ook verdriet en boosheid. 4. Het is belangrijk om er voor te zorgen dat het voor de pleegkinderen duidelijk is dat de overplaatsing niet hun schuld is.
5. Er is bij professionals onvoldoende aandacht voor gevoelens van afscheid, scheiding en verlies bij overplaatsingen. 6. Er is te weinig aandacht voor nazorg na een overplaatsing.

Uit de enquete zijn vele goede tips ter verbetering gekomen. Het hele verslag inclusief aanbevelingen kunt u downloaden door hier te klikken.

Vraag 21: Praten over seksualiteit en intimiteit binnen een pleegzorgplaatsing

Praten over seksualiteit en intimiteit is voor veel mensen in pleegzorg nog erg wennen. Dit blijkt uit de reacties op vraag 21. Het blijkt dat seksualiteit en intimiteit een zéér breed thema is. Het heeft zowel met persoonlijke hygiëne, als met seksuele voorlichting, als met gedrag van kinderen die seksueel misbruikt zijn te maken.
Lees verder

Er blijkt ook een zeer groot verschil te zijn tussen pleegouders als het gaat om hun houding ten aanzien van praten over seksualitiet en intimiteit binnen de pleegzorgplaatsing. Wat de ene pleegouder normaal vindt, gaat voor de ander veel te ver.

Ondanks het onderzoek en de aanbevelingen van de commissie Samson lijkt er nog geen vanzelfsprekende en structurele aandacht te zijn voor seksualiteit en intimiteit binnen pleegzorg. Het niet voeren van gesprekken over deze onderwerpen kan echter bijdragen aan onveiligheid binnen een pleeggezin. Toch pleit men niet voor standaardiseren en/of verplichten om over seksualiteit en intimiteit te praten. Dit kan gemakkelijk averechts werken. Het bevordert namelijk niet het onderlinge vertrouwen dat nodig is voor een open en informatief gesprek.

Pleegouders en professionals zijn het er over eens dat er al tijdens het voorbereidingstraject van aspirant-pleegouders aandacht behoort te zijn voor normen en waarden op het gebied van seksualiteit en intimiteit binnen het pleeggezin. Wanneer aspirant pleegouders het lastig vinden om erover te praten moeten ze daarin begeleid worden. De helft van de respondenten vindt dat wanneer aspirant-pleegouders ook na begeleiding niet open over seksualiteit willen of kunnen spreken, dit een reden is om hen als pleegouder te weigeren.

Ook praten over seksualiteit en intimiteit met ouders en kinderen voorafgaand aan en tijdens een pleegzorgplaatsing kan een positief effect hebben op de plaatsing. Ouders weten beter waar zij aan toe zijn en pleegouders kunnen rekening houden met de behoeften van ouders en kind.

Het hele verslag inclusief aanbevelingen kunt u downloaden door hier te klikken.

Vraag 20: evaluatie van het panel door de leden

Ongeveer de helft van respondenten geeft aan dat, naar hun idee, kennis over pleegzorg en het begrip tussen betrokkenen toeneemt door de activiteiten van het Landelijk Pleegzorg Panel. De resultaten vergroten het inzicht in de pluriforme pleegzorgpraktijk en stimuleren verbetering van de pleegzorgpraktijk. Lees verder

Dit is een van de conclusies die we kunnen trekken uit de evaluatie die is gehouden onder de leden van het panel. Een kwart van de respondenten verspreidt de resultaten ook onder collega’s en/of gebruikt deze voor overleg of om anderen te informeren over een onderwerp. De adviezen uit de resultaten worden meegenomen in overleggen met pleegouderraden en beleidsoverleg.

Daarnaast geven respondenten aan dat deelname aan het panel het gevoel vergroot gehoord te worden en zorgen de resultaten voor bezinning op de eigen positie. Door professionals wordt genoemd dat de informatie vanuit het panel een toetsmoment is voor de organisatie of ze op de goede weg zitten.

Een duidelijke meerwaarde van het panel is de onafhankelijkheid van gevestigde organisaties aldus de respondenten. Respondenten geven aan dat de invloed van het panel groter zou kunnen zijn wanneer meer mensen zich aanmelden als lid en als de resultaten meer bekendheid zouden krijgen.

Vraag 19: Intimiteit en seksualiteit in pleegzorg

Intimiteit en seksualiteit binnen pleegzorg zijn belangrijke thema’s die aandacht vragen, maar benader ze zo min mogelijk vanuit een probleemkader. Het onderzoek maakt verder duidelijk dat er duidelijke verschillen van mening bestaan over wat gewenste omgangsregels zijn op het gebied van intimiteit. Het hele verslag kunt u downloaden door hier te klikken.

Vraag 18: In kaart brengen en volgen van de ontwikkeling van pleegkinderen

Het is belangrijk de ontwikkeling van een pleegkind bij de start van een plaatsing in kaart te brengen. Dit geeft handvatten voor een goede matching en zorgt ervoor dat er sneller aangesloten kan worden op wat het kind nodig heeft. Ook wordt het makkelijker om vooruitgang te benoemen.

Lees verder
Het expliciet met elkaar delen van (dossier)kennis en ervaringen én het gezamenlijk spreken over de ontwikkeling van pleegkinderen lijken belangrijke voorwaarden om een helder en gezamenlijk gedeeld beeld te verkrijgen van de ontwikkeling van een pleegkind. Daar hoort ook bij: goed kijken en luisteren naar het pleegkind zelf.

Het gehele onderzoek kunt u downloaden door hier te klikken.

 Vraag 17: ontwikkeling van pleegkinderen

De volwassenen die gezamenlijk betrokken zijn bij een pleegzorgplaatsing zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de ontwikkeling van pleegkinderen. Alle respondenten zijn het hierover eens.  Lees verder

In het onderzoek wordt een mooi overzicht gegeven van de factoren die van invloed zijn op de ontwikkeling van pleegkinderen en wordt duidelijk dat niet iedereen evenveel invloed heeft. Het gehele onderzoek kunt u downloaden door hier te klikken.

 Vraag 13 en 16: gehechtheid en loyaliteit in pleegzorg

Iedereen die betrokken is bij pleegzorg moet scholing krijgen rond de onderwerpen gehechtheid en loyaliteit. De kennis daarover schiet op dit moment tekort. Dat is een van de belangrijkste conclusies uit de vragenlijst over gehechtheid en loyaliteit in de pleegzorg.

Lees verder
Uit de resultaten van vraag 13 en 16 blijkt dat problemen die binnen een pleegzorgplaatsing te maken hebben met gehechtheid en loyaliteit vaak niet als zodanig worden herkend. En wanneer de problemen wel worden herkend, wordt er vaak onvoldoende naar gehandeld. Pleegouders hebben niet zozeer behoefte aan kennis over de onderwerpen, maar vooral aan handvatten hoe te handelen. Meer informatie over hoe panelleden denken over gehechtheid en loyaliteit in de pleegzorg leest u in het verslag dat u hieronder kunt downloaden.

Gehechtheid en loyaliteit in de pleegzorg

Vraag 15: wennen in het pleeggezin

Elkaar goed informeren staat centraal bij de start van een pleegzorgplaatsing. Het is voor een kind een ingrijpende gebeurtenis om te verhuizen en onderdeel uit te gaan maken van een nieuw gezin. Zowel kind als ouders en pleeggezin moeten wennen aan elkaar en aan de nieuwe situatie. Lees verder

Om beter zicht te krijgen op de vraagstukken die spelen tijdens dit wenproces, hebben de UvA en Stichting Alexander een onderzoek opgezet naar wennen in een pleeggezin.

Om het wenproces goed te laten verlopen is het belangrijk dat de informatie die pleegouders vooraf krijgen over een pleegkind actueel en relevant is.

Wanneer vanuit pleegzorg negatieve informatie wordt gegeven over de biologische ouders bestaat wel het risico van afwijzing. Het is echter, ook tijdens het wenproces, van belang om de ouders zo veel mogelijk bij een pleeggezinplaatsing te betrekken. Hierdoor kunnen pleegouders en ouders bijvoorbeeld informatie uitwisselen over het pleegkind. Ook de pleegkinderen zelf moeten zo veel mogelijk in het kennismakingstraject betrokken worden.

Als het kind eenmaal is geplaatst hebben pleegouders vooral behoefte aan iemand die hen serieus neemt, waarbij ze hun problemen neer kunnen leggen en waarbij ze advies kunnen inwinnen.

Het wenproces verloopt niet altijd vlekkeloos. Ongeveer de helft van de respondenten vindt dat pleegouders vanuit de pleegzorgorganisatie en/of de gezinsvoogd niet krijgen wat ze nodig hebben in de wenperiode. Dit heeft vooral betrekking op (een tekort aan) informatie en begeleiding.

Meer informatie over wennen in een pleeggezin leest u in het volledige verslag van vraag 15 dat u kunt downloaden door hier te klikken.

Vraag 14: communicatie met en beeldvorming over ouders van pleegkinderen

Er blijkt een grote diversiteit te bestaan in de mate waarin ouders contact hebben met anderen die betrokken zijn bij de pleeggezinplaatsing van hun kind(eren). Veel ouders hebben wekelijks of maandelijks contact. Er zijn ook ouders die hun kind bijna nooit zien.

Lees verder
Ook de mate waarin ouders constructief betrokken worden bij de pleegzorgplaatsing om hun visie en mening te geven over het verloop van de plaatsing is zeer divers. Respondenten geven aan dat ouders “altijd contact op kunnen nemen”, maar gesprekken met alle betrokken partijen vaker dan een à twee keer per jaar lijken eerder uitzondering dan regel. Vaak en/of regelmatig contact met bijvoorbeeld pleegouders wil niet zeggen dat ouders hun visie en mening kunnen geven over de plaatsing. In de huidige pleegzorgpraktijk is een formele overlegstructuur waarin ouders, op regelmatige basis, hun mening en visie kunnen geven over de pleegzorgplaatsing niet standaard aanwezig.

Er blijken veel drempels te zijn die de communicatie bemoeilijken. Hierbij kan gedacht worden aan emoties als boosheid en/of schaamte maar ook aan het wisselen van hulpverleners en ingewikkelde verslaglegging. Om deze drempels te verminderen dient volgens de respondenten vooral gestreefd te worden naar meer duidelijkheid en moeten ouders meer serieus genomen worden. Het maken van goede afspraken en het geven van voldoende informatie kan helpen. Ouders kunnen bij het proces betrokken worden door hen serieus te nemen en naar hen te luisteren.

Meer informatie over contact met en beeldvorming over ouders van pleegkinderen leest u in het verslag van vraag 14 dat u hieronder kunt downloaden.

betrokkenheid ouders in pleegzorg, vraag 14, mrt 2012

Vraag 13: gehechtheid en loyaliteit in de pleegzorg (juni, juli, aug 2011)

Gehechtheid en loyaliteit zijn bijzonder belangrijke begrippen in de pleegzorg. Daarover is men het eens. Toch blijkt dat de kennis hierover te kort schiet. Het is belangrijk dat iedereen die betrokken is bij pleegzorg  geschoold wordt m.b.t. de onderwerpen gehechtheid en loyaliteit.

Lees verder
Uit de resultaten van vraag 13 blijkt dat problemen die binnen een pleegzorgplaatsing te maken hebben met gehechtheid en loyaliteit vaak niet als zodanig worden herkend. En wanneer de problemen wel worden herkend, wordt er vaak onvoldoende naar gehandeld. Pleegouders hebben niet zozeer behoefte aan kennis over de onderwerpen, maar vooral aan handvatten hoe te handelen. Meer informatie over hoe panelleden denken over gehechtheid en loyaliteit in de pleegzorg leest u in het verslag dat u hieronder kunt downloaden.

Gehechtheid en loyaliteit in de pleegzorg, vraag 13, dec 2011

Vraag 11 en 12: Prangende vragen (feb-mei 2011)

Vraag 11 en 12 was een experiment. Het gaf panelleden (voor het eerst) de mogelijkheid aan een of meerdere pleegzorgbetrokken partijen een vraag voor te leggen.

De vragen en antwoorden geven veel informatie. Naast de (soms uitgebreide) antwoorden op de 25 gestelde vragen geeft het ook informatie over verschil van inzicht en beleving van de pleegzorgpraktijk. (Om naar de resultaten te gaan, klik hier.)

Vraag 10: Grenzen in pleegzorg (dec 2010, jan 2011)

In vraag 10 is gevraagd welke grenzen binnen pleegzorg een belangrijke rol spelen en wat nodig is om de taken uit te kunnen blijven voeren zonder over de eigen grenzen te (hoeven) gaan.

Lees hier de belangrijkste conclusies

Grenzen worden in de pleegzorgpraktijk vooral bepaald door de persoonlijke mogelijkheden van de betrokkenen. Deze zijn duidelijk meer bepalend dan motivatie, de wet of beschikbare middelen. Om pleegouders niet over hun grenzen te laten gaan is het vooral belangrijk hen serieus te nemen. Als dat gebeurt en het mogelijk wordt om zaken af te stemmen en samen te werken, levert dat een bijdrage aan het behoud van pleeggezinnen.
Elkaar serieus nemen en investeren in het vergroten van de mogelijkheden van de pleegzorgbetrokkenen zal ertoe bijdragen dat mensen minder vaak over hun grens hoeven te gaan. Meer informatie leest u in het gehele verslag.
Grenzen in pleegzorg, verslag vraag 10, april 2011

Vraag 9: Het Landelijk Pleegzorg Panel als intermediair voor lotgenotencontact (nov 2010)

Aan de panelleden is gevraagd of het Landelijk Pleegzorg Panel een geschikt medium is voor het direct met elkaar in contact brengen van “lotgenoten”.

Lees hier de belangrijkste conclusies

Een meerderheid van de respondenten vindt het een goed idee om via het panel persoonlijk contact mogelijk te maken en zullen daar waarschijnlijk ook gebruik van gaan maken. Velen zijn ook bereid mee te denken om dit vervolgens te realiseren.

Er wordt echter ook gewaarschuwd dat het niet mag leiden tot negativisme en dat er in principe al vele mogelijkheden zijn om lotgenoten te ontmoeten, vooral voor pleegouders.

Vraag 7: belangenbehartiging in de pleegzorg (mei-juni 2010)

De vele partijen die binnen pleegzorg samenwerken hebben vele (soms verschillende) belangen en evenzoveel belangenbehartigers. In hoeverre de belangenbeharting bijdraagt aan het algemene belang, een stabiele en continue ontwikkeling van het kind, wordt in kaart gebracht.

Lees hier de belangrijkste conclusies
De helft van de respondenten vindt dat onafhankelijke belangenbehartigers de belangen van de betrokkenen in pleegzorg niet goed kunnen dienen vanwege de grote afstand die zij hebben tot de pleegzorgpraktijk. Dat ligt anders met de belangenorganisaties die opkomen voor de belangen van een bepaalde doelgroep. Men gaat er van uit dat zij de belangen van de respondenten wel goed kunnen behartigen.

Gebrek aan een goede rechtspositie beperkt de mogelijkheden van pleegouders om de belangen van het pleegkind op een goede manier te behartigen. Meer informatie leest u het het verslag.
Belangenbehartiging in pleegzorg, verslag vraag 7, okt 2010

Vraag 6: Als u medewerker van Bureau jeugdzorg was… (jan-april 2010)

Panelleden en medewerkers van Bureau Jeugdzorg werden bevraagd over hun voorstellingen van de invulling van verantwoordelijkheden, doelen en taken van een gezinsvoogd.

Lees hier de belangrijkste conclusies
De belangrijkste conclusie is dat duidelijkheid binnen pleegzorg soms ver te zoeken is. Zowel tussen gezinsvoogden onderling als tussen hen en andere betrokkenen bestaan grote verschillen in visie.

Onduidelijkheid bestaat er o.a. op de volgende punten: taken en werkwijze van een gezinsvoogd, hoofdverantwoordelijkheid m.b.t. het veilig stellen van de ontwikkeling van de jongere bij een ondertoezichtstelling (OTS), de leeftijd waarop een jongere bij zijn eigen hulpverleningsproces betrokken zou moeten worden, het moment waarop lange termijn doelen een plaats krijgen in het hulpverleningsproces aan kinderen die uit huis geplaatst zijn/worden. Meer informatie leest u in het verslag.

Taken van een gezinsvoogd, verslag vraag 6 09-2010

Vraag 5: samenwerking in pleegzorg (nov-dec 2009)

In vraag 5 aandacht voor samenwerken via de volgende stelling waarop panelleden konden reageren: ‘Samenwerken in de pleegzorg, gaat niet lukken, want ik kan het niet iedereen naar de zin maken.’

Lees hier de belangrijkste conclusies
Belangrijkste conclusie is dat samenwerken niet hetzelfde is als het iedereen naar de zin maken. Beide partijen moeten de bereidheid hebben de eigen belangen opzij te zetten en compromissen te sluiten, in het belang van de ontwikkeling van het kind. Meer informatie leest u in het verslag.

Samenwerken in pleegzorg, verslag vraag 5, 2009

Vraag 4: Wachtlijsten (okt-nov 2009)

Wachtlijsten hebben een negatieve invloed op de kwaliteit van de zorg. Door de wachtlijsten verergert de hulpvraag en wordt minder zorgvuldig gewerkt.

Lees hier de belangrijkste conclusies
Om de wachtlijsten structureel op te lossen kunnen we (volgens de panelleden) het best gebruik maken van maatregelen die gericht zijn op duurzaamheid, zoals het verbeteren van het huidige zorgsysteem en het voorkomen van de jeugdproblematiek (o.a. door verbetering van de opvoedkwaliteiten van ouders).

Met betere samenwerking, beter organiseren, minder bureaucratie, meer studie naar effectiviteit en betere facilitering van pleegouders en hulpverleners kunnen (veel) meer hulpvragen op een bevredigende manier worden beantwoord. Het is van belang dat er meer aandacht komt voor het inzetten van de sociale netwerken van mensen die hulp vragen. Meer informatie leest u in het verslag.

Wachtlijsten, verslag vraag 4, dec 2009

Vraag 3: Welke invloed heeft de zomervakantieperiode op de pleegzorg? (aug-sept 2009)

Lees hier de belangrijkste conclusies
De zomervakantie bleek geen grote impact op pleegzorg te hebben, ondanks dat velen er tegenop zien. De kinderen zijn meer thuis en dat geeft zowel onrust als ruimte om met elkaar leuke dingen te doen. Belangrijke aandachtpunten in de aanloop tot en tijdens de vakantieperiode waren vooral de perikelen rond het aanvragen van identiteitspapieren voor pleegkinderen, contactafspraken tussen de eigen ouders en de pleegkinderen en de geboden zorg en ondersteuning aan pleeggezinnen. Meer informatie leest u in het verslag.

Zomervakantie en pleegzorg, vraag 3, 10-2009

Vraag 2: Wat zijn de kwaliteit, invloeden en effecten van de verschillende relaties binnen pleegzorg op elkaar. (juli 2009).

Lees hier de belangrijkste conclusies
De resultaten toonden dat het binnen pleegzorg nog te vaak niet lukt om de onderlinge relaties een positief effect te laten hebben op de pleegzorgplaatsing, ondanks het feit dat de kwaliteit van de relaties goed tot zeer goed wordt genoemd. Het inzicht dat een relatie noodzakelijk of van groot belang is voor het welslagen van een pleegzorgplaatsing draagt er in belangrijke mate toe bij om in een duurzame kwalitatieve relatie te willen investeren. Meer informatie leest u in het verslag.

Relaties in pleegzorg, vraag 2, 09-2009

Vraag 1: Dit was een try out-stelling: Iedereen met ruimte in zijn huis en in zijn hart kan pleegouder worden (mei 2009).

Het overgrote deel (95%) van de 68 kersverse panelleden die hebben gereageerd is van mening dat (alleen) ruimte in hart en huis niet voldoende is om pleegouder te worden.