Resultaten van vraag 12

Vragen aan, en antwoorden van panelleden

Vraag 12 is het vervolg op Vraag 11, waarbij panelleden (voor het eerst) de mogelijkheid kregen een vraag voor te leggen aan een of meerdere pleegzorgbetrokken partijen.

 

Als we kijken naar de vragen valt bij een aantal vragen op dat er sprake is van een suggestieve vraagstelling. Het lijkt erop dat negatieve ervaringen mede aanleiding zijn voor de gestelde vragen. Deze negatieve formulering wekte bij meerdere professionals weerstand op. We hebben zelfs signalen ontvangen dat de negatieve toonzetting er toe heeft geleid dat men de vragenlijsten niet heeft ingevuld of niet voor heeft willen leggen aan medewerkers. Dit heeft het aantal gegeven antwoorden door professionals van Jeugd en Opvoedhulp en Bureau Jeugdzorg beperkt.

Onderzoekers en kinderrechters hebben helaas niet gereageerd op de vragen. Er zijn van hen dus geen antwoorden op de aan hen gestelde vragen.

 

Ondanks het wat beperkte aantal antwoorden geeft Vraag 12 veel waardevolle informatie, zeker als je tussen de regels door leest. Naast de (soms uitgebreide) antwoorden op de 25 gestelde vragen geeft Vraag 12 ook informatie over het verschil van inzicht en beleving van de pleegzorgpraktijk tussen individuele leden. Er bestaan grote verschillen tussen leden van eenzelfde groep, bijvoorbeeld pleegouders, en tussen leden van verschillende groepen.

 

Deze keer ontvangt u van ons geen analyse of conclusies. We laten de vragen en de antwoorden voor zichzelf spreken. De antwoorden op de verschillende vragen kunt u lezen door op de verschillende links te klikken onder elke vraag.

 

Als u wilt reageren op de vragen en/of de antwoorden dan kunt u dit doen onderaan deze pagina.

 

De vragen en antwoorden


Vraag 1: Wat heeft u, als ouder van een pleegkind, nodig om uw kind toestemming te geven om te mogen opgroeien in een pleeggezin?

Antwoorden van ouders

Bewijs dat de hulp die mijn kind nodig heeft niet gegeven kan worden in zijn eigen gezin. (maar dit bewijs is er natuurlijk niet). Ik denk dat 80% van de pleegkinderen bij hun ouders zouden kunnen blijven als BJZ de goede hulp zou aanbieden.


Vertrouwen in het pleeggezin

Vraag 2: Wat heb je nodig om als ouders en pleegouders SAMEN het belang van je (pleeg)kind te blijven behartigen?

Antwoorden van ouders

Dat de pleegouders bereid zijn om samen te werken.


Ouders moeten zeggenschap hebben in waar hun kind komt te wonen, mensen met de zelfde normen en waarden.

Antwoorden van pleegouders

SAMEN-werken in VERTROUWEN. De biologische ouders van het kind altijd voor het kind op de eerste plaats blijven zetten.


Een hulpverlener die zichzelf overbodig maakt door ouders en pleegouders te helpen om samen tot goede afspraken en samenwerking te komen.


Schouderklopjes, uitwisselen van positieve ervaringen


Wederzijds vertrouwen in elkaar en respect voor elkaars mening en inzicht in opvoeding.


Respect en communicatieve vaardigheden. Helaas lopen echter de opvoedkundige kwaliteiten van ouders en pleegouders zover uiteen (vandaar dat pleegkinderen ook niet meer thuis kunnen wonen) dat van samenwerking vaak geen sprake kan zijn. Wel van (het uiten van) onderling respect of begrip.


Het gevoel dat de pleegzorginstelling achter je staat


Overeenstemming en samenwerking rondom het maken van een plan. Duidelijkheid over perspectief van de kinderen.


Goed overleg, en dat begint met alle partijen tegelijk om de tafel.


Begrip, luisterend oor en wederzijds respect.


Tja… ouders werken al bijna 14 jaar helemaal niet mee. Dus doe/regel ik alles zelf


Niets. De hele keus om pleegouder te worden is daarop gebaseerd


Goede jeugdzorg; de gezinsvoogd moet je steunen, of in ieder geval regelmatig praten over de problemen. De vorige gezinsvoogd steunde de moeder; dat was heel lastig


In ons geval is continue begeleiding van de ouder nodig om tot een minimaal constructieve verhouding te komen.


Dat de ouder het gezag niet meer heeft zodat er duidelijkheid is omtrent de situatie en de ouder zijn/haar rol kan oppakken als ouder op afstand.


Goede informatie en wederzijds respect


Overleg met elkaar. Biologische ouders regelmatig op de hoogte houden en ze moeten zelf interesse tonen in hun kinderen, proberen hun best te doen.


Wederzijds respect


Overleg, zelfde doelstelling (namelijk wat heeft het pleeg-kind nodig)


Respect voor elkaar en het belang van het kind ten alle tijde voorop stellen boven het eigen belang.


Vertrouwen


Samen werken, vertrouwen, veiligheid. Hulpverleners die doen wat ze zeggen en andersom.


Snelle duidelijkheid. Wat gaat er wanneer met het pleegkind gebeuren en waarom!


Open, onbevoordeelde ondersteuning en vertrouwen van zowel pleegzorgbegeleidster als gezinsvoogd. Het liefst hebben wij direct contact met ouders/verzorgers. Een besloten internetsite waar iedereen die zich inzet voor de betreffende jongere zou ook zeer welkom zijn. Hierdoor heeft iedereen dezelfde informatie.


Openheid en eerlijkheid en snel weten wat de mogelijkheden zijn


Begrip en respect voor elkaar


 

Wederzijds respect, bereidwilligheid, inzet en betrokkenheid


Duidelijkheid omtrent verblijfplaats in de toekomst (voogdij!)


Als pleegouders heb je de volledige steun van biologische ouders nodig. Dat is voor pleegouders investeren in bio ouders. Niet altijd gemakkelijk en niet altijd mogelijk.


Vertrouwen, geduld, begrip


Een veilige en voorspelbare plek voor het kind.
Samenwerking met de echte ouders dmv gesprekken.
De ouders nooit afvallen.


Regelmatige overleggen naast het haal- en brengrondje waarin zaken uitgesproken worden die normaliter blijven liggen.


Heldere communicatie en uitspreken van verwachtingen naar elkaar.


Heldere afspraken, goede communicatie en dat pleegzorg en jeugdzorg snel reageert


Samenwerken, wat de professionals vaak vergeten, en het belang van het kind daadwerkelijk voorop stellen i.p.v. het eigen of organisatiebelang.


Begrip hebben voor elkaars situatie, open staan voor mening van ouders, goed praten.


Goede communicatie, en duidelijke afspraken maken maar ook deze goed nakomen.


Duidelijke afspraken en kaders.


Een mediator, maar iemand die ook op tijd afstand kan en wil nemen.


Invoelingsvermogen, niemand veroordelen, loyaliteit naar ouders (vaak moeilijk…), voorbeeldfunctie voor kinderen, veilige plek zijn.


Duidelijkheid van pleegzorgwerker en gezinsvoogd. Goede en constructieve overleggen. Waardoor er vertrouwen kan ontstaan onderling.


Heel veel wederzijds vertrouwen. Positieve gedachten.


Samen zoek je het belang van de pleegkinderen als het gaat om een vervolgplaatsing (vanuit crisisopvang).
Een regelmatig contact is daarbij wenselijk. Heel goed is om zorgteams samen te stellen waarbij ook ouders worden uitgenodigd!
Als je al iets bedacht hebt over de voortgang dan wordt dat vaak gefrustreerd door wachtlijsten, niet beschikbaar zijn van (gespecialiseerde-) pleeggezinnen, e.d. Want wie wil een “”gezellige”” ADHD-er, autist, e.d. Wie gaat dat nu wel regelen?

Vraag 3: Welke ervaringen heeft u met het pleeggezin waarin uw zoon/dochter verblijft?

Antwoorden van ouders

Geen enkel contact mogelijk. Pleegouder verbied contact tussen kind en biologisch ouder terwijl uitspraak van de rechter is contact herstel. BJZ doet niets.


Heel slecht

Vraag 4: Welke methodes bestaan er om binnen pleegzorg met verschillende opvoeders dezelfde opvoedingmethode cq regels voor een kind te handhaven?

Antwoorden medewerkers Bureau Jeugdzorg

Ik vind dit echt een vraag voor pleegzorgwerkers. Zij houden zich inhoudelijk met de vormen van opvoeding bezig.


Goede overdracht, pleegzorgwerker houdt opvoedingsbehoefte kind centraal


Hier is m.i. niet echt een methode voor. Wel zijn er verschillende stadia te onderscheiden. Ten eerste moeten verschillende opvoeders constateren dat er verschillende methodes of regels zijn. Ten tweede kun je je afvragen wat dat betekent voor de ontwikkeling van het kind en vervolgens is het zaak om nadere afspraken te maken over de lijn die je met z’n allen wilt volgen.

Antwoorden van medewerkers Jeugd en Opvoedhulp

Overleg tussen de verschillende opvoeders


Ik heb nog geen heldere methode hiervoor in gebruik. Overeenstemming met ouders over het verblijf in een pleeggezin en over het doel van de plaatsing is een belangrijke voorwaarde. en dan is het vervolgens van belang dat ouders en pleegouders van elkaar accepteren dat zij verschillend mogen zijn in de opvoeding en het stellen van regels. Bij de aanpak van specifieke gedragingen- om die uit te lokken of bij te sturen- is het wel weer goed dat er in gezamenlijkheid een lijn wordt gevonden en afgesproken hoe de aanpak zal zijn.

Er is m.i. niets mis met het omgaan met verschillende opvoedingsmethodes, hierin zitten ook kansen voor het kind om te leren differentiëren. Neemt niet weg dat er ook risico’s aan zitten, waardoor kinderen kunnen gaan splitsen tussen de verschillende opvoeders.


Gebruik dagelijkse routine
Sociaal competentie model


streven naar afspraken, zelfde regels + als dat niet kan streven naar openheid hierover en acceptatie van ieders eigen manier, en aan het kind-de jongere dit uitstralen en duidelijk maken dat hier deze regels gelden en daar de andere. onderling overleg


Als er verschillende opvoeders bij een kind betrokken zijn, of het kind in verschillende opvoedingssituaties opgroeit (dit wordt bedoeld neem ik aan) is het van belang dat de opvoeding en regels daarbinnen (maar niet alleen regels lijkt me) op elkaar worden afgestemd. Ik denk dat je dit het beste kunt doen door met ”1 kind 1 plan” te werken, met een goed behandelplan dus. Hierbij is vervolgens een goede behandelcoördinatie nodig, die de voortgang van de uitvoering van het plan op de verschillende plekken en door verschillende opvoeders volgt, evalueert en op elkaar afstemt.


Ik neem aan dat je het pleegzorgplan en de gemaakte afspraken als een methode kunt zien. Verder zijn er contactafspraken met school en hulpverleners om aanpak met elkaar af te stemmen. Ik weet niet of je dan kunt spreken van een methodiek. Het is wel beschreven in hoe pleegzorgbegeleiding wordt vorm gegeven.


Weet niet of ik de vraag goed begrijp. Daar is geen methode voor. Elk pleeggezin heeft zijn eigen regels en opvoedingsmethodes. Daar probeer je een kind op te matchen.

Vraag 5: In hoeverre deel je, als pleegouder, je privé met je pleegkind? Kan het pleegkind mee op vakantie? Mag het ‘s ochtends in het bed van de pleegouders?

Antwoorden van pleegkinderen

Dat ligt aan de situatie. Als het pleegkind van kleins af aan in het gezin woont is het makkelijker om dingen te vertellen. Ligt aan de situatie van kind. Pleegkind kan zeker mee op vakantie maar in bed liggen gaat te ver naar mijn idee.


Ik vind dat je ‘t niet kunt maken dat je pleegkind niet mee op vakantie mag. Je hoort toch bij ‘t gezin. In bed bij je pleegouders doe je alleen als je klein bent en op verjaardagen. Verder doe je hetzelfde als hun eigen kind.


Ligt eraan hoe de band tussen pleegouder en kind is. Ik denk dat dat in elk gezin verschillend is.

Antwoorden van gedragsdeskundigen

Het pleegkind maakt deel uit van ons gezin en wordt daarin opgenomen als een ”eigen” kind. Dit is ook waar kinderen recht op hebben (zie o.a. Perry, maar ook Struik (2010)). Dus van daaruit ook: als het kind het wil mag het net als andere kinderen in bed ’s morgens even. Op vakantie natuurlijk ook!


Pleegkind kan zeker mee met vakantie. Verder behandel je een pleegkind net zoals een eigen kind, maar wel met in je achterhoofd dat een pleegkind andere ervaringen heeft dan een eigen kind. Als een pleegkind bijvoorbeeld seksueel misbruik heeft meegemaakt door een man, is het voor een pleegvader niet verstandig om een pleegkind in zijn bed te laten.

Vraag 6: Hoe competent voelt u zich binnen het pleegzorgsysteem (opvoeden, samenwerken, meedenken, enz.) en waaraan meet u deze competentie?

Antwoorden van ouders

Ik ben moeder van mijn kinderen en daarom ken ik mijn kind beter dan elke andere. Bovendien ben ik verpleegkundige en ben ook ik bezit van SPW4 diploma. Ik werk als woonondersteuner.


Ik heb veel ervaring met kinderen met een handicap en ben zelf een begeleider bij een erkende instelling, de pleegouder hebben totaal geen ervaring, weten niet hoe ze moeten samenwerken, waardoor alles heel slecht is afgelopen met onze zoon.

Antwoorden van Pleegouders

De pleegouders die deze vraag hebben beantwoord voelen zich redelijk tot zeer competent. Dat blijkt vooral uit de contacten met de verschillende betrokkenen.

Over het algemeen competent. Meting door goed contact met pleegzorg, ouders, kinderen, vroegere pleegkinderen, feit dat wij al zo lang pleegkinderen hebben, dat kinderen graag komen.


Ik voel me erg competent binnen het pleegzorgsysteem. Dit meet ik vooral aan de reacties die ik krijg van professionals maar ook van ouders en jongeren.


Erg competent omdat er geluisterd wordt en samen aan het zoeken bent naar oplossingen.


Redelijk competent; door regelmatig feedback te vragen aan de pleegkinderen en pleegzorg


Hoe goed het gaat met mijn pleegkind


Zeer competent en misschien van alle betrokkenen wel het meest competent. Deze competentie kan alleen gemeten worden vanuit het resultaat! Het resultaat wordt ‘gemeten’ bij het pleegkind, de voogd, de pleegzorg en de biologisch betrokkenen. Is de combi (zwaartepunten daargelaten) maximaal en maximaal blijvend dan zijn de pleegouders competent.


Ik voel me competent, maar krijg vaak het gevoel het niet goed genoeg te doen, de hulpplannen worden niet als werkplannen gebruikt, maar als dossier. Dan heb je er weinig aan en weet je niet waar je aan toe bent.


Voel mij minder competent dan aantal jaren geleden.


Gesprekken met andere pleegouders


Deze competenties zie ik terug in de manier waarop de andere partijen (jeugdzorg, pleegzorg) mij benaderen. Duidelijk blijkt dat ze mij voor ‘volwaardig’ aanzien en geneigd zijn mij te betrekken bij beslissingen. Tegelijkertijd moet je die competenties bij elke nieuwe voogd/pleegzorgwerker weer ‘waarmaken’. Er wordt niet bij voorbaat uitgegaan van competente pleegouders!


Soms competent, soms niet. De samenwerking met Jeugdformaat is over het algemeen redelijk tot goed. Meedenken wordt gepromoot.


Ik ben tevreden over de pleegzorgwerkers. Ze denken mee en geven goede raad. Als beginnend pleegouder ben je meer geneigd je te voegen naar de mening van de pleegzorgwerker. Maar gaandeweg ontwikkel je zelf een positie waardoor je – min of meer – een gelijkwaardige partner wordt. Op een gegeven moment ben je de (ervarings-)deskundige.


Ik voel me competent. We hebben makkelijk toegang tot de mensen die te maken hebben met deze plaatsing (pleegzorg, jeugdzorg). De communicatie is open en door ervaring kennen we de weg vrij goed in hulpverleningsland.


Amateuristisch, omdat de samenwerking altijd zo moeilijk van de grond komt. Wij worden altijd eerst als de vijand gezien.


Voldoende competent; meer competent dan de gemiddelde pleegwerker


Erg competent, gemeten aan de kwaliteit (van antwoorden) van pleegzorgwerkers.


Goed, samenwerking en kunnen overleggen


Als je hulp nodig hebt van pleegzorg dan beloven ze van alles om te doen maar uiteindelijk gebeurt er niks.


Ik voel mij competent in alle drie de aandachtspunten maar merk veel minder steun en vertrouwen hierin doordat er bijna niet meer geplaatst wordt bij mij (alleenstaande man)


We voelen ons, mede door onze opleiding en ervaring in de zorg, competent genoeg om naast onze eigen dochter onze pleegzoon op te voeden. Onderhouden een goed contact met zus, vader en moeder afzonderlijk.


Wij voelen ons redelijk competent qua opvoeden, meedenken en samenwerken. Onze ‘voelsprieten’ voor wat een kind denkt, voelt en nodig heeft, kloppen vaak. Maar doordat we elke crisisplaatsing een andere pleegzorgwerker hebben, hangt het ook af van de samenwerking met deze persoon en de uitwisseling van info. Er is niet altijd een klik.


Je wordt gezien als een gelijke en je mening wordt op prijs gesteld en er wordt werkelijk iets mee gedaan. (WSP)


Ik heb weinig contact met de pleegzorg. De relatie met de moeder van mijn weekendpleegkind is zo goed dat we alles samen afstemmen. De evaluatiegesprekken eens per 3 maanden zijn volledig overbodig.


Gewoon competent; jarenlange ervaring in zware situaties; geen klachten, geen conflicten met medewerkers.


Ik voel mij wel competent genoeg. Maar het blijft ook leuk om elke keer iets bij te leren. Ik meet het vooral aan de reactie van onze eigen kinderen en pleegkinderen. Hun reacties en het enthousiasme waarmee ze naar een volgend weekend uitkijken geeft me de indruk dat we het wel aardig doen. Daarnaast zijn er natuurlijk de reacties van familie, bekenden, school, pleegzorgbegeleider, gezinsvoogd, etc.


Ik voel me competent, werk dagelijks met kinderen beroepsmatig, ben op de hoogte via de POR (daar zit ik ook bij), meedenken doe ik zo wie zo, goed overleg met pleegzorgwerker en voogden.


Heel competent door ervaring door opvoeding “eigen” en pleeg- kinderen, werk en opleiding


Ik voel me volwaardig. Opvoeden gaat me redelijk af. Samenwerken met pleegzorginstanties loopt ook goed. Zijn er moeilijkheden dan wordt er met me meegedacht en eventuele oplossingen/therapie  aangeboden.


Redelijk competent, maar ik ben blij met mijn achtergrond in de hulpverlening. Kan me voorstellen dat zonder deze ervaringen het een doolhof is voor veel mensen.


Met name op gebied van samenwerken en meedenken laten we onze stem horen, dit niet altijd tot plezier van medewerkers BJZ, maar wel ten gunste van (pleeg)kinderen en ouders.


Goed, het verloopt al jaren naar wens.


Zeer competent, hoewel er veel te veel energie steekt om samenwerking te krijgen van de professionals die pleegouders nog steeds niet als volwaardige samenwerkingspartner zien. Juist dit onderscheid en de miskenning van de belangrijkheid van pleegouders in dit systeem is eigenlijk de grootse bottleneck. De pleegouders zouden zoals velen beamen, maar nog steeds niet geregeld is, meer wettelijke rechten moeten krijgen.


Redelijk goed. Kunnen goed met, zowel ouders, pleegzorgwerksters, gezinsvoogd praten, en de kinderen komen altijd weer tot rust, erg belangrijk.


Voldoende competent. Ik meet dit aan de wijze waarop ik word behandeld.


Niet altijd even serieus genomen.


Erg competent gemeten aan op- en aanmerking van Pleegzorg en BJZ alsmede fam. en vrienden en de kinderen zelf.


Redelijk goed competent; goede samenwerking met moeder, pleegzorgwerker en meedenken in moeilijke kwesties zoals naar huis plaatsen. Zoals het opstellen van een doelenlijst ipv lukraak ‘kijken of moeder weer voor haar dochter kan zorgen’.


Best wel competent, de complimenten van PZW en GV

Vraag 7: Kunt u aangeven hoe u kunt merken aan het handelen van jeugdzorg dat de jeugd bij hen voorop staat?

Antwoorden van medewerkers van Jeugd en Opvoedhulp

Aan het handelen is het volgende te zien:
– in casusbesprekingen wordt altijd ingegaan op hoe het met het kind gaat
– in behandelplannen staan kinddoelen, die worden uitgevoerd
– in onveilige situaties worden kinderen steeds meer betrokken, bijvoorbeeld bij de methodiek Sign of Safety, Three Houses of Words and Pictures
– oudere kinderen worden betrokken bij besprekingen. Er wordt met de jongere gepraat en niet over hem.


Eerlijk gezegd kan ik eerder iets aangeven waardoor het juist niet zo lijkt. Ik kom vaak langdurige OTS tegen van meer dan 4 jaar. Voor de positie van pleegouders, maar ook voor de rust en zekerheid van het perspectief bij het pleegkind zou het beter zijn als er een verderstrekkende maatregel komt. In de praktijk hoor ik echter geregeld dat er juist meerdere kinderrechters zijn die vinden dat als ouders meewerken er geen verder strekkende maatregel nodig is en wil een rechter de ouders het gezag niet ontnemen. Hierdoor kan ik merken dat in dit geval duidelijk ouders voorop staan en niet de jeugdige. Voor de jeugdige is een ouder die een perspectief biedende plaatsing accepteert belangrijk. Na jaren verblijf bij pleegouders en het volledig ingegroeid zijn, zijn pleegouders ook naar mening van de kinderen diegene die het beste weten wat goed voor ze is. Wel moet altijd gewaarborgd blijven dat ouders altijd betrokken en geïnformeerd moeten blijven en het recht op omgang altijd wordt nagestreefd.


Er zijn vele waarheden. In de ogen van jeugdzorg zullen zij de jongere altijd voorop stellen. Een ander is hier niet altijd van overtuigd. Hoe wil je dit meten? Misschien aan de hand van de uitspraken van de kinderrechter, er van uitgaande dat de kinderrechter wel altijd uitgaat van het belang van de jongere.


Ik probeer het in mijn werk te laten blijken aan de diverse betrokkenen om een plaatsing. Een meerzijdig partijdige houding is daarin van belang.


In het complexe veld van de jeugdzorg, waarin zoveel ingrijpende beslissingen genomen worden, vallen ongelukkige beslissingen erg op en krijgen ook veel aandacht. Dat wil niet zeggen dat de jeugdzorg niet in het belang van jeugd handelt. Zie daarvoor ook de positieve jeugdzorg- en pleegzorgverhalen.


Doordat we handelen alsof het ons eigen kind is. Hulp rondom het kind en zijn/haar systeem organiseren. Snelle perspectiefverheldering.


Dat merk ik doordat ik in een vraag over een kind vaak zijn foto op tafel erbij zet.


Ik werk bij jeugdzorg, vind ik dus lastig te zeggen.

Vraag 8: Waarom is er zo weinig groot overleg met alle partijen die rond het kind samenwerken?

Antwoorden van medewerkers van Jeugd en Opvoedhulp

Is dat zo? Ik heb regelmatig deze vormen van overleg. Tegelijk zie ik dat een overleg vaak niet tot stand komt omdat er geen duidelijke regievoerder is in de verschillende activiteiten die gericht zijn op onderdelen in het systeem rondom een kind. Waarbij af en toe dan ook nog de schotten tussen verschillende werksoorten een remmende werking hebben.


Kost veel tijd en dus geld. Tijd en geld zijn beperkt in de jeugdzorg.


Dat is er steeds meer. Wij doen bij praktisch alle cliënten netwerkberaden. De zorg zo dicht bij het netwerk en natuurlijke omgeving organiseren.


Mogelijk is het moeilijk te organiseren met al die parttimers. Mijn ervaring is dat als pleegouders dat graag willen dat dat ook kan.


Als het te weinig gebeurt dan wordt er kennelijk te weinig initiatief genomen tot overleg door betrokkene. Ik vind dat iedere betrokkene het initiatief kan nemen om een groot overleg bijeen te roepen als dat zinvol/nodig is.


Ik weet niet of dit zo is. Wij proberen dit wel te doen en het lukt vaak ook. Ik denk dat dit vooral een organisatorisch probleem is, en misschien een onderschatting bij de verschillende partijen van het belang hiervan. Het is verstandig om binnen en tussen organisaties bindende afspraken te maken waarmee dit type overleg wel wordt gevoerd. Ook is natuurlijk dan van belang dat er afspraken zijn over de regie cq behandelcoördinatie per casus.


Ik persoonlijk ervaar het niet als weinig, wel zie ik dat het praktisch lastig is soms, doordat het plannen vaak lastig is. Ook kan ik me voorstellen dat het duur gevonden wordt en dat er ook sprake kan zijn van te weinig tijd en dus te grote werkdruk.


Lastig om iedereen op hetzelfde moment bij elkaar te krijgen;  werkdagen die niet overeenkomen, etc. ’t Kost veel tijd en moeite.

Vraag 9: Als het belang van het kind voor iedereen, inclusief de medewerkers bij BJZ en J&O, voorop staat (en niet het ego van de betrokken volwassenen), waarom is samenwerken dan toch nog zo moeilijk?

Antwoorden medewerkers Bureau Jeugdzorg

Omdat er altijd spanning blijft tussen enerzijds: afspraken, definities, regelingen en over het belang van het kind en anderzijds: menselijke zaken als betrokkenheid, emoties e.d.
Pleegzorg doet een heel moeilijk beroep op mensen omdat het zaken vraagt als: tijdelijk zorgen voor het kind van een ander & mijn ouders krijg je erbij kado, waar je je rationeel en ideëel aan kan verbinden en anderzijds een beroep doet op emotie en relatie met het kind. Iemand die zich emotioneel verbonden voelt aan het kind zal een andere invulling geven aan een situatie dan iemand die een wettelijke opdracht heeft en vanuit onderliggende principes (een kind hoort bij de eigen ouders, een ots is om de oorspronkelijke opvoedingssituatie te herstellen en de relatie tussen kind en biologische ouder optimaal te houden) handelt. Als het ego van volwassenen centraal staat, dan staat het kind niet meer centraal en is er een fors probleem.


Omdat het mensenwerk blijft en er sprake is van interactie, die niet altijd positief verloopt. Soms is er helaas sprake van verwijten, weerstand of onkunde.


In deze vraag ligt de conclusie besloten dat het ego van betrokken volwassenen mogelijk de oorzaak is van een moeilijke samenwerking. Het is afhankelijk van de situatie hoe met een dergelijk probleem omgegaan kan worden.


Vreemde, suggestieve vraag. En samenwerken tussen wie?

Antwoorden medewerkers Jeugd en Opvoedhulp

Omdat je soms een ander belang ziet voor een kind. Iedereen heeft zijn eigen verleden, opvoeding en ervaringen. En van daaruit wat men belangrijk vindt voor een kind. En met name ook wel communicatie is soms niet makkelijk. Types die botsen. En open en eerlijk zeggen wat je irriteert is niet altijd makkelijk bij een dominante persoonlijkheid. Het vraagt als hulpverlener ook overwinnen van je eigen angsten en telkens maar weer aangaan in het belang van het kind.


Het samenwerken in het belang van een kind is juist zo moeilijk omdat dit belang helaas niet eenduidig te concretiseren valt. Ook de belangen van de verschillende volwassenen om een kind kleuren de opvattingen over wat het belang van een kind is.


Er spelen veel belangen, veel emoties. Hierdoor is het soms lastig neutraal te blijven.


het zijn net mensen, pleegouders en pleegzorgwerkers. Bovendien zijn er ingewikkelde loyaliteitsprocessen gaande bij pleegkinderen en ook bij pleegouders en zelfs bij pleegzorgwerkers, waar men zich niet van bewust is.


Ach, volwassenen hebben ook bijzondere eigenschappen. En…het belang van het kind kan door verschillende betrokkenen verschillend worden begrepen.


Ik heb hier alleen ervaring van moeite in de samenwerking met voogden. Dat komt dan doordat het voor voogden soms moeilijk blijkt om tijdens het toezicht houden op de plaatsing en de contacten met pleegouders, zich dan niet op de inhoud te richten en ongemerkt ook te gaan begeleiden. Ook komt het naar mijn idee wel voor dat het voor een voogd ook moeilijk is om te laveren tussen het belang van ouder en kind, met name als het bijvoorbeeld strijdende ouders betreft. Soms neigt een voogd dan ook om iets meer toe te geven aan de rechten van ouders en dan concessies te doen aan wat goed is voor het kind.


Welk ego bedoelt u? Wie is de betrokken volwassene? Bedoelt u het ego van de ouder, de pleegouder of de jeugdzorgwerker?


Het is in het belang van de jongere bijvoorbeeld dat de ouder serieus genomen wordt. Op korte termijn lijkt het misschien van niet, maar op lange termijn zeker.

Vraag 10: Het is mijn ervaring dat Bureau Jeugdzorg de regie strak in handen houdt en, naar mijn gevoel, een wij-zij houding aanneemt i.p.v. het netwerk te betrekken bij mogelijke oplossingen. Is dat gebruikelijk, en wat kan daarvan de reden zijn?

Antwoorden medewerkers Bureau Jeugdzorg

Ik vind dit beslist niet gebruikelijk.


Het betrekken van het netwerk is een sterk aandachtspunt in de werkwijze bij jeugdbescherming. de gezinsvoogd is verantwoordelijk om de ingreep in het ouderlijk gezag zo kort mogelijk te houden en de problemen op te doen lossen en moet rapporteren aan de rechtbank als de doelen niet behaald zijn. Hij geeft leiding aan verandering en wil de verantwoordelijke opvoeders stimuleren om dat te doen wat nodig is.


Soms is het goed dat BJZ strak de regie in handen neemt. In dit geval echter is de ervaring dat daardoor een wij-zij houding is ontstaan en dat een netwerk onvoldoende betrokken is. Dat is een goede reden om met elkaar in gesprek te gaan, om de verwachtingen te bespreken. De manier waarop de vraag is gesteld klinkt echter alsof het stadium van overleg al gepasseerd is.

Vraag 11: Als het (sterke) vermoeden bestaat dat kinderen tijdens onbegeleide bezoeken thuis worden geslagen, geen eten krijgen, misbruikt worden, enz., Wie zorgt dan voor hun veiligheid? Wat is er nodig om aan te tonen dat ouders het echt niet kunnen?

Antwoorden politici

De veiligheid van kinderen wordt gewaarborgd door de staat en de instantie die door de staat belast is met het welzijn en de veiligheid van kinderen, te weten Bureau Jeugdzorg. Bureaus jeugdzorg zullen in de toekomst meer maatregelen voorhanden hebben om per geval maatregelen op te laten leggen. Tijdens de behandeling van de wetswijzigingen (Wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, de Wet op de jeugdzorg en de Pleegkinderenwet in verband met herziening van de maatregelen van kinderbescherming) heeft de Tweede Kamer het amendement Dijsselbloem/ Van Toorenburg over lichte jeugdbeschermingsmaatregelen aangenomen. Mocht de meerderheid in de Eerste Kamer instemmen met de wetswijzigingen en met het amendement, dan zullen de lichte jeugdbeschermingsmaatregelen (begeleiding en coaching van het gezin) vooraf gaan aan de zwaardere maatregelen van onder toezichtstelling en uithuisplaatsing.

Wanneer sprake is van mishandeling, zoals beschreven in de vraag, dan is het duidelijk dat ouders tekort schieten. Het is aan Bureau Jeugdzorg om naar omstandigheden van het geval de afweging te maken welke maatregel werkt voor een bepaald gezin.


Pleegzorgwerker is verantwoordelijk en igv voogdij: de voogd


De Raad voor de Kinderbescherming en BJZ, en de omgeving dient te letten op signalen.


Raad voor de Kinderbescherming inschakelen: Bureau Jeugdzorg moet hier sterker op sturen

Antwoorden medewerkers Bureau Jeugdzorg

Allereerst zal er direct aan de bel moeten worden getrokken, als het gaat om een sterk vermoeden zal het mogelijk gestopt kunnen worden, maar het blijft heel lastig als er dingen achter gehouden worden door kinderen en andere betrokkenen.


Bij ondertoezichtstelling zijn de ouders verantwoordelijk, de gezinsvoogdij-instelling houdt toezicht. Bij vermoedens van onveiligheid, moeten deze signalen geobjectiveerd worden, dwz: ze moeten op tafel ; de zorgen kunnen alleen opgelost worden als ze openlijk worden aangegeven. Daarna is het aan ouders om deze zorgen weg te nemen. De gezinsvoogd zal dat vormgeven, (naast evt onderzoek door derden) als de zorgen niet voldoende kunnen worden weggenomen zullen andere maatregelen nodig zijn om de veiligheid te bewerkstelligen voor het kind.
Als ouders echt niet in staat zijn om kinderen op te voeden zal dat toch duidelijk moeten worden uit een proces van hulpverlening: weten ouders wel wat een kind van een bepaalde leeftijd nodig heeft, kunnen ouders het belang van het kind zien, daarop afstemmen, gebruik maken van hulp, dat blijven doen etc etc.

Als kinderen n.a.v. een incident uit huis zijn geplaatst, maar bovenstaande zaken zijn nog nooit geprobeerd, dan zal dit proces alsnog uitgevoerd moeten worden, ook al heb je de indruk dat men het niet zou kunnen. Zo werkt het Nederlands recht. je raakt je kinderen in Nederland gelukkig niet kwijt op basis van de indruk die je wekt maar mogelijk wel op basis van een hulpverleningsproces waarin echt op integere wijze getracht is de opvoedingssituatie te herstellen dan wel te verbeteren, waaruit gebleken is dat ouders onvoldoende in staat zijn de kinderen dat te geven wat ze toch echt nodig hebben. Ook daarna blijft contact doorgaans wenselijk, waarbij veiligheid een voorwaarde is.


Het is de verantwoordelijkheid van de werker van BJZ om de veiligheid van een kind tijdens bezoeken thuis te garanderen. Als er signalen zijn, dan zullen die goed onderzocht moeten worden. Daar heeft de gezinsvoogd instrumenten ter beschikking en de inschatting van veiligheid wordt in een multidisciplinair overleg gemaakt. Uitgaande van een situatie waarin het onveilig was, zullen ouders eerder moeten aantonen dat het wel weer veilig is voor een kind. De gezinsvoogd dient daarop toe te zien en eventueel hulp bij moeten organiseren.

Antwoorden van medewerkers Jeugd en Opvoedhulp

Altijd deze zorgen bespreken. Proberen hard te maken waar de signalen vandaan komen. Goed naar het kind “luisteren”, wat bij jonge kinderen iets anders is dan bij oudere jeugd.


Wanneer er vermoedens zijn dat een kind wordt mishandeld is dit gebaseerd op observaties. bij twijfel wordt een onbegeleid bezoek weer begeleid.


begeleide bezoeken instellen in overleg met gezinsvoogd


Openheid over de ervaringen, dus melden van info is nodig om maatregelen te kunnen treffen.


Ieder die betrokken is draagt mede verantwoordelijkheid, als burger, professional en- als er een juridische maatregel is: dan BJZ.


Het vermoeden moet bespreekbaar worden gemaakt. Diegene met gezag moet op de hoogte daarvan worden gebracht. Er dient onderzocht te worden hoe de omgang loopt en er zou daartoe, maar ook om de veiligheid te garanderen over gegaan moeten worden naar een begeleide omgang, om zodoende zeker te kunnen worden van de veiligheid. Belangrijk bij dit alles is het bespreekbaar maken ook bij de ouders, al naar gelang de gezagsverhoudingen zou gekeken moeten worden wie dat het beste zou kunnen doen.


De gezinsvoogd of voogdijwerker is verantwoordelijk voor de veiligheid van het kind. Deze bepaalt ook de omgang. Als er dergelijke signalen zijn, dan moet de gezinsvoogd/voogdijwerker de omgangsregeling wijzigen.


Als dit sterke vermoeden bestaat dan kan zo’n bezoek niet meer onbegeleid. Moet uitgesproken worden naar ouders dat die vermoedens bestaan. En dat je om die reden er toezicht op wilt hebben. Je kunt deze bezoeken ook observeren en kijken naar de opvoedingsvaardigheden van ouders en de interactie tussen ouders en kinderen. Vervolgens kun je ook nog onafhankelijk onderzoek hiernaar aanvragen.

Vraag 12: Komt een gezinsvoogd ooit in gewetensnood?

Antwoorden van gezinsvoogden

Dat hangt er vanaf hoe solistisch de gezinsvoogd te werk gaat. Bij ingewikkelde zaken is het juist van belang dit niet alleen te doen, maar te delen met de gedragsdeskundige en de teammanager. Je werkt namens BJZ, niet alleen en de verantwoording wordt dus ook gedeeld.


Zeker: bijvoorbeeld als een kind weer naar de zoveelste plek toe moet (pleeggezin of tehuis) altijd staat de vraag centraal of het middel nog wel opweegt tegen de kwaal.


Een gezinsvoogd wordt vaak geconfronteerd met situaties waarin besluiten genomen moeten worden die risico’s met zich meebrengen. De afwegingen die gemaakt moeten worden zijn vaak ingewikkeld en het is soms moeilijk te verdragen dat je machteloos bent om zaken aan te pakken.

Vraag 13: Waarom is er zo weinig aandacht voor deskundigheidsbevordering op gebied van hechting bij pleegzorgwerkers en gezinsvoogden terwijl dit eigenlijk altijd een rol speelt in pleegzorg?

Antwoorden medewerkers Bureau Jeugdzorg

Deze vraag wordt zeer divers beantwoord.

Ik ben het absoluut niet eens met deze stellingname, er is juist heel veel aandacht voor hechting, dat is nl. de basis van ons werk. We worden geregeld bijgeschoold en het komt vaak aan de orde bij besprekingen. Onzin dus.


Goede vraag! De sector wordt gebombardeerd met stelselwijzigingen en nieuwe methodieken, juridische eisen etc. Veel bjz’s geven aandacht aan ontwikkelingspsychologie in de functiescholing en in latere bijscholingen, wij gaan er binnenkort weer een organiseren.


In deze vraag komt naar voren dat er weinig aandacht is voor deskundigheidsbevordering op het gebied van hechting. Ik deel deze mening niet.

Antwoorden medewerkers Jeugd en Opvoedhulp

Deze vraag wordt zeer divers beantwoord.

Ik herken dit niet.


Onze medewerkers krijgen dit jaar training in hechting. In voorgaande jaren is hier ook aandacht aan besteed in trainingen.


goed punt


Goede vraag; ik ben het eens met deze impliciete kritiek. Ik denk dat er de laatste jaren veel energie is uitgegaan naar organisatorische veranderingen en kwantitatieve problemen (wachtlijsten) en dat de kwaliteit van het werk onderbelicht is geweest.


Ik ervaar niet dat er weinig aandacht voor is, er wordt juist veel over gepraat en geregeld vindt er deskundigheidsbevordering over plaats. Ik heb meerdere studiedagen gehad daarover.


Er is wel degelijk deskundigheid over en aandacht voor hechting, zowel aan de ouder als aan de pleegouder.


Geld. Vanuit de inspectie moet er aandacht zijn voor veiligheid, dossieropbouw, HKZ-registratie. Dit neemt alle tijd en geld in beslag. Ik zou graag willen.

Vraag 14: Wat kan een medewerker van Bureau Jeugdzorg of Jeugd en Opvoedhulp, die geconfronteerd wordt met het feit dat hij een procedure en/of regel heeft overtreden, het beste doen?

Antwoorden politici

Het antwoord op deze vraag wordt sterk bepaald door de overtreding en de gevolgen van deze overtreding. Over het algemeen is het de bedoeling dat een medewerker die een procedure of regel overtreedt deze overtreding ongedaan maakt door (als dat nog mogelijk is) die regel of procedure toe te passen.


Dit opnemen met zijn leidinggevende, organisatie dient medewerker te steunen indien overtreding van de regels in belang van het kind was (m.a.w. indien overtreding een hoger doel dient).


Er is denk ik niet altijd adequate kennis aanwezig, dus dan komt het voort uit onwetendheid. Verder denk ik dat gezinsvoogden vaak onder zware kritiek staan en daarom geneigd zijn defensief te reageren.


Zelfbehoud en er is veel onduidelijk over de wetgeving en er is veel onwetendheid.

Antwoorden van medewerkers van Bureau Jeugdzorg

Excuus aanbieden en samen bespreken hoe de gemaakte fout het beste hersteld kan worden.


Openheid van zaken geven en excuses aanbieden. Daarnaast inspanningen verrichten om een en ander weer vlot te trekken. Beslist niet toedekken.


Dit is een suggestieve vraag die mogelijk gebaseerd is op een negatieve ervaring? Soms ontstaan meningsverschillen door verschillende opvattingen over ‘het belang van het kind’. Het gaat niet om gelijk krijgen maar om integer samenwerken in het belang van het kind.


De vraag hierbij is of deze gezinsvoogden, teamleiders het perspectief delen dat wetten, procedures en regels overtreden zijn. Als dat niet het geval is, dan zijn er mogelijkheden om een klachtenprocedure te beginnen of besluiten aan te vechten. De rechtspositie van pleegouders is in de afgelopen jaren sterk verbeterd.

Antwoorden van medewerkers van Jeugd en opvoedhulp

Dit punt herken ik helemaal niet. Niet als pleegouder, niet als gedragsdeskundige (bij een bureau jeugdzorg en een zorgaanbieder).


Net als ieder ander mens vinden medewerkers in de jeugdzorg het niet gemakkelijk om fouten te erkennen. Bovendien, wie bepaalt of iets fout is en of regels overtreden zijn.

Vraag 15: Waarom krijgt een kind een andere gezinsvoogd toegewezen als de VOTS wordt omgezet in een OTS? Is dit niet nadelig voor het kind?

Antwoorden medewerkers Bureau Jeugdzorg

Omdat er bij een VOTS direct gehandeld dient te worden, hiervoor heeft BJZ een speciaal team ontwikkeld. Zodra er ruimte is op de caseload van een gezinsvoogd wordt de VOTS overgedragen. Ik sta hier achter, vroeger moest men vaker wachten op een gezinsvoogd, nu is dit duidelijk beter geregeld. Als het goed is hoeft het kind hier beslist geen schade van te ondervinden, mits de tijdelijkheid van de VOTSser maar wordt benadrukt.


VOTS is soms een specialisme, vaak wordt juist getracht interne overdracht te voorkomen en blijft dezelfde voogd betrokken. Overdrachten, zijn (vooral vanwege beroepsverandering) een groot probleem vanuit het belang van het kind gezien.


Over het algemeen genomen kun je zeggen dat het niet wenselijk is dat er wisselingen zijn van gezinsvoogd of contactpersoon. Een VOTS team is een gespecialiseerd team waardoor extra kwaliteit geleverd kan worden in de VOTS periode. Consequentie daarvan is echter wel dat er doorstroming moet plaatsvinden. Enerzijds is er dus kwaliteitswinst door de expertise van het VOTS, anderzijds heeft dit tot gevolg dat er doorstroming moet plaatsvinden. Dit zijn keuzes waar niet aan te ontkomen valt.

Vraag 16: Waarom duurt crisisopvang vaak langer dan de bedoeling is? Waarom gaat er zoveel tijd verloren bij doorplaatsing van een kind van kortverblijf naar langdurig?

Antwoorden van pleegzorgwerkers

Enerzijds maken wij met pleegouders soms de keus om een overplaatsing te voorkomen als er gewerkt kan worden naar een terugplaatsing naar ouders. Indien dit doel niet behaald wordt is de plaatsing al behoorlijk over de crisistermijn heen.


Anderzijds nemen de doorplaatsingen soms veel tijd in beslag omdat de matching niet zo snel te realiseren valt.


En soms neemt een onderzoek van de Raad en eventueel andere onderzoeken toch meer tijd in beslag, waardoor een terug- of doorplaatsing niet binnen drie maanden besloten is.


Aangezien je voor een kind een juist gezin wilt vinden dat aansluit bij het specifieke kind en zijn systeem van herkomst. Op ieder potje past een dekseltje maar het is soms erg zoeken het juiste potje bij het juiste dekseltje te zoeken.


1. Juridische processen zijn stroperig; 2. veel wisselingen van hulpverleners en (gezins)voogden werkt ernstig vertragend en complicerend; 3. te weinig ervaren pleeggezinnen zijn beschikbaar om goed te kunnen matchen.


Het duurt vaak enige tijd om te onderzoeken of de ouder zelf weer voor het kind kan gaan zorgen en er is niet altijd meteen een geschikt pleeggezin aanwezig, zeker niet als het pleegkind behoorlijk problematisch is na alle opgedane ervaringen.


Omdat er niet altijd een adequate plek gevonden kan worden. Wachtlijsten, indicaties die aangevraagd moeten worden. Heeft ook te maken met het feit dat perspectief helder moet zijn; is dus ook afhankelijk soms van de zitting waarin de kinderrechter een uithuisplaatsing verlengt/ bekrachtigd.

Vraag 17: Wanneer de OTS stopt en de pleegouders de mogelijkheid krijgen om de voogdij op zich te nemen is dat een lastige keuze. Aan de ene kant geeft het rust voor het kind, aan de andere kant kan het de relatie met de ouders op scherp zetten. Heeft u een advies?

Antwoorden van medewerkers van Jeugd en Opvoedhulp

Als de ouders onvoldoende de pleegzorgplaatsing kunnen verdragen dan is mijn advies “niet doen”. Dit geldt ook als pleegouders onvoldoende in staat zijn om de ouders een gerespecteerde plek in het leven van hun pleegkind te bieden.


Dat is per zaak verschillend. Wel ben ik de mening toegedaan dat er sneller helderheid moet komen over het perspectief en dus ook de maatregel. Een ots van 3 jaar is ‘not-done’


Biologische ouders moeten erachter staan, en pleegouders moeten bewezen hebben zelfstandig vorm te kunnen geven aan de contacten met de ouders


Inderdaad, dit zijn belangrijke aspecten en overwegingen die per geval afgewogen moeten worden. Met het verstrijken van de jaren kan de pijn en boosheid bij ouders soms wat minder worden; wellicht kan na enkele jaren voogdij bij BJZ alsnog overdracht naar pleegouders volgen. Vaak is het beter dat een instelling (BJZ) betrokken blijft zodat de relatie pleegouders-ouders minder belast wordt met alle conflictstof.


Dit hangt erg van de situatie af. Als biologische ouders het eens zijn met de voogdij ontstaat er optimale rust voor het kind en verwacht je ook niet dat de relatie met de ouders alsnog op scherp gezet wordt. Hoewel je nooit alles kunt voorspellen.


 

Ik ben van mening dat bij het toewerken naar een voogdij-maatregel het bij voorkeur zo loopt dat ouders achter deze maatregel staan en daarmee ook de rol van pleegouders als voogd kunnen accepteren. Het risico van problemen in de relatie met pleegouders is dan ook duidelijk minder groot. Verder denk ik dat het vanwege het risico op problemen in de relatie met ouders het een voorwaarde zou moeten zijn dat pleegzorg hierin kan ondersteunen, begeleiden of bemiddelen. Pleegzorg zou daarom ook standaard aan de orde moeten zijn bij pleegoudervoogdij. Een groter nadeel bij het aangaan van voogdij door pleegouders is dat pleegouders er financieel erg op achteruit gaan doordat zij voor veel kosten moeten op komen die anders door de voogdij instelling zouden worden vergoedt.


Als de OTS  stopt nadat de ouder met gezag  ontheven is, dan hangt het van de gevoelens van de ouder over de ontheffing, hoe de ouder denkt over de plaatsing in het pleeggezin en de relatie met de ouders af of het verstandig is om als pleegouder de voogdij op je te nemen. Als de ouder het helemaal niet eens is met de ontheffing dan kun je beter de voogdij niet op je nemen, behalve als je echt een goede relatie hebt met de ouder en de ouder het fijn vind dat het kind bij jou woont.

Overigens loopt de OTS na een ontheffing door als een pleegouder de voogdij op zich neemt. Als BJZ de voogdij op zich neemt stopt de OTS wel vanzelf.


Als pleegouder dit pas doen als er rust in de zaak is. Misschien kan een bekende het eerst tijdelijk op zich nemen? Een tijdelijke burgervoogd. En als alles dan loopt dat pleegouders het alsnog overnemen. Creatief blijven kijken in elke zaak.

Vraag 18: Hoe ziet pleegzorgbegeleiding eruit als er sprake is van pleegoudervoogdij?

Antwoorden van pleegzorgwerkers

Volgens mij is binnen onze instelling geen wezenlijk onderscheid in de begeleiding van langdurige plaatsingen. Afhankelijk van de ontwikkeling van een kind, zijn ontwikkelingstaken en de opvoedingsmogelijkheden van pleegouders zal de begeleiding ingevuld gaan worden.


Net als bij een andere zaak, er is geen verschil. Alleen pleegouders hebben meer te vertellen juridisch gezien.


op verzoek


Die wordt dan volgens mij alleen geboden als daarvoor een indicatie wordt gesteld; de begeleiding kan in onderling overleg ingevuld worden, binnen de kaders van de betrokken instelling.


In principe is die dezelfde. Wel heb je dan van doen met ervaren pleegouders die bewust hebben gekozen voor pleegoudervoogdij en daardoor meer ervaring en doorgaans ook meer kennis hebben. Omdat er bij pleegoudervoogdij geen voogd meer is die tussen pleegouders en ouders staat is het in de pleegzorgbegeleiding die met name ook hierin zal moeten begeleiden waarneer er problemen in deze relatie ontstaan.


Het hangt er van af wat de pleegouder-voogd wil. Deze kan beslissen om alleen de vergoeding te krijgen, maar kan ook met de pleegzorgwerker afspraken maken over de begeleiding.


Nu nog: 1x per jaar controle of het kind er nog woont. Begeleiding op afroep.

Antwoorden van pleegouders

In ons geval goed; 1 x per half jaar vergadering en verder als er iets is contact


NIET. Ik zou elk jaar minmaal één keer mee moeten werken aan een evaluatie. Ik heb in 8 jaar pleegoudervoogdijschap nog nooit iemand gezien. En vergeet niet, het is een grote financiële ramp. Alle extra kosten moet je uit je eigen beurs betalen. Ze zijn nergens op te verhalen


Een vraag per jaar leeft het kind nog …………………..


Minder ingewikkeld omdat er een partij uitvalt n.l. de ouders.


Meestal geen. Alleen voor het geld. Wat mij betreft mag pleegoudervoogdij opgeheven worden (alleen voogdij bij BEIDE pleegouders)


In ons geval is dat therapeutische gezinsverpleging; wij vinden het matig. Voorheen was dat reguliere pleegzorg, ook die vond ik matig. Ik denk dat er ook een spanningsveld is tussen “begeleiding” enerzijds en “supervisie/controle” anderzijds


Dan wordt een van de pleegouders nog begeleid.


Maandelijkse evaluatiegesprek?


Geen ervaring mee, wel over gesproken maar niet voor gekozen omdat pleegzoon ADHD en dyslexie heeft en wij niet aansprakelijk willen zijn voor gevolgen van foutief gedrag. Blijvende begeleiding in deze stellen we ook zeer op prijs.


Niet


1 x per jaar een telefoontje door een vreemde pleegzorgwerker. Het is niet zoals we verwachten. Voordeel niet meer eindeloos wachten op handtekeningen van voogd, enz.


Over het algemeen is er bij pleegoudervoogdij geen begeleiding meer. En laten we eerlijk zijn; de hoofdreden om te kiezen voor pleegoudervoogdij is voor veel pleegouders de vergoeding. Heel veel pleegouders willen wel de voogdij (dus beide partners de voogdij), maar het verlies van deze vergoeding noodzaakt veel pleegouders om te kiezen voor pleegoudervoogdij. Deze pleegouders kunnen prima de zorg voor en de verantwoordelijkheid over hun pleegkind aan zónder begeleiding, anders komt de voogdij immers niet zomaar bij hen te liggen.


Voor ons niet van toepassing. Maar ook nu worden we begeleid op basis van vertrouwen en dat moet volgens mij altijd de basis zijn. Bespreek met elkaar welke frequentie van contact wenselijk is en weet elkaar te vinden als dat nodig is.


Met name begeleiding in contacten met de biologische familie. Verder snel de weg weten bij (gedrags)problemen van het pleegkind.


Zou ongewijzigd moeten zijn, anders kan ook de voogdij naar beide pleegouders (pleegoudervoogdij mag niet alleen om geld gaan!)


Begeleiding om de 6-8 weken


Volgen op afstand. Ondersteuning indien de situatie dit vraagt.

Vraag 19: Waarom bestaat er ongelijkheid in de behandeling van pleegoudervoogden t.o.v. andere pleegouders met betrekking tot de vergoeding van extra kosten voor het pleegkind?

Antwoorden politici

Deze ongelijkheid wordt veroorzaakt door het verschil tussen pleegoudervoogden en pleegouders. Het verschil is dat pleegoudervoogden de voogdij over het kind hebben gekregen, en om die reden gelijk worden gesteld aan biologische ouders. Ouders van kinderen krijgen immers geen vergoeding voor extra kosten. Pleegouders hebben daarin een andere positie. Zij verzorgen namelijk een kind dat juridisch gezien niet van hen is. Dit zorgt ervoor dat zij een extra vergoeding krijgen.


De juridische positie van pleegoudervoogden is anders


Volgens mij omdat pleegoudervoogden recht hebben op kinderbijslag


Omdat BJZ hier geen vergoeding voor krijgt

Antwoorden medewerkers Bureau Jeugdzorg

Er is geen ongelijkheid maar andere regelgeving.


Omdat de pleegouders de volledige wettelijke verantwoording willen dragen voor het kind. Hier horen ook de financiële problemen bij. Er is wel recht op pleegzorgvergoedingen, maar de extra’s zijn inderdaad voor de kinderen die onder voogdij van BJZ vallen.


Mogelijk heeft het ermee te maken dat BJZ geen budget krijgt voor kinderen die niet bij BJZ onder voogdij staan.

Antwoorden van medewerkers Jeugd en Opvoedhulp

Omdat de regelgeving daarvoor nu eenmaal anders is. Er is geen inhoudelijke motivatie voor, wat mij betreft.


pleegoudervoogden worden mijns inziens voor de wet gezien als gelijkstaand aan adoptieouders.  Alleen ontvangen zij de pleegzorgvergoeding. Heeft dus te maken met wetgeving.


Dat kan ik niet uitleggen en ik meen te weten dat er jurisprudentie is die aangeeft dat het niet klopt en dat de wet aangepast moet worden.


Waarom dat zo is weet ik eigenlijk niet, wel is het niet fair en zou dit rechtgetrokken moeten worden.


Deze vraag kunt u het beste aan de overheid stellen. Zij heeft de regeling zo bedacht.


Omdat niet duidelijk is wie dit moet betalen en hoe men dan aan het geld komt. Slecht is het. Hoe meer men dit gaat melden of hierom gaat vragen, hoe groter de kans misschien dat erover de brug gekomen wordt. Pleegoudervoogden verenig u!

Vraag 20: Realiseert u zich, als pleegouder die perspectiefbiedend is, dat de hulp ook na het 18e jaar door kan lopen, en het kind dan ook in het gezin blijft?

Antwoorden van Pleegouders

Deze vraag is op verschillende manieren geinterpreteerd. Je kunt denken aan de hulpverlening die door kan lopen (verlengde pleegzorg) of gewoon aan het contact dat kan blijven bestaan tussen pleegkind en pleegouders. 13 respondenten hebben gewoon “ja” geantwoord.


De volgende antwoorden gaan over (de mogelijkheid tot) verlengde hulpverlening.

Ja, maar blijkbaar ziet een zorginstelling dat niet, ze starten veel te laat met voorbereidingen en doen een te groot beroep op onze morele verantwoordelijkheid om ook zonder financiën voor een kind te blijven zorgen.


Ja, dat realiseer ik me. Praktijk is echter dat hulp na de 18e alleen doorgaat als er sprake is van ‘ernstige problematiek’.


Daarnaast zie je dat veel pleegkinderen op hun 16e, 17e moeten starten met kamertrainingen, begeleid wonen, etc. Kinderen die daar vaak nog (lang) niet aan toe zijn worden ‘gedwongen’ door het systeem (je bent pleegkind af na je 18e) om vroeg zelfstandig te worden. Of in elk geval datzelfde systeem het idee te geven dat ze zelfstandig zijn. Waarom mogen ‘gewone’ kinderen rustig groot worden, maar moeten pleegkinderen voor hun 18e compleet zelfstandig zijn….


Nee dat realiseer ik me niet. Mijn ervaring is anders. Pleegzoon is nu 25 en toen hij 18 was, stonden we in de kou, wij en hij. Zou er binnen 6 jaar zoveel veranderd zijn?


Ja, maar ook dat hoor je niet van de hulpverleners.


Dat is inderdaad wel iets waar ik me mee bezig hou, het is me niet duidelijk hoe het vanaf dat moment geregeld is.

 

De volgende antwoorden hebben (waarschijnlijk) betrekking op de continuiteit in het contact na het 18e jaar.
Ja, juist dan is het belangrijk, dit doe je ook met je eigen kinderen.


Ja, sterker nog, als de indicatie voor mijn pleegzoon stopt, zal hij blijven komen.


Jazeker en dat kan enorme problemen opleveren, zowel financieel als praktisch.


Ja, maar het baart wel zorgen


Dat is niet meer dan logisch!! Mensen die anders denken, moeten geweigerd worden als perspectiefbiedend.


Jazeker, we denken daar volop over na


Ja, dat lijkt me heerlijk. Ze horen er nu bij en dat voelt goed en dat mag altijd zo blijven.


Ja, want dit is bij ons aan de orde.


Wij realiseren ons dat, gaan wel een half jaar voor zijn 18e verjaardag met de plaatser van BJZ overleggen hoe zijn toekomst eruit ziet na zijn 18e verjaardag.


Ja zeker, inmiddels komt de 2 de eraan die 18 wordt en de zorg zal daarna voorlopig nog blijven maar geen pleegzorg meer.


Wij zijn slechts weekendpleeggezin. Maar beide kinderen zullen altijd welkom blijven. Ook na hun 18de.


Ja dat wist ik voor dat wij aan pleegkinderen begon.


Ja. Pleegouders zijn namelijk het meest competent en bij het pleegkind betrokken. Realiseert de betalende overheid deze problematiek ?


Dit lijkt ons gunstig


Ja dat realiseren wij ons heel erg goed, Ook dan is onze zoon nog net zo welkom. Heerlijk mens is het.


Ja, het wordt bijna je eigen kind op dat deel na dat je deelt.


Inderdaad, met de oudste sta ik daar vlak voor. Besproken met zowel hemzelf als BJZ en Pleegzorg. We maken ons er allemaal geen zorgen (meer) over.

Vraag 21: In hoeverre voelen pleegouders zich gehoord en gezien door de voorzieningen en door de pleegouderraad?

Antwoorden van Pleegouders

De antwoorden zijn zeer divers. Van “goed” tot “niet”. Bij veel respondenten is de pleegouderraad niet bekend.

Als pleegouder wordt je alleen dan gezien/gehoord wanneer je op welke wijze dan ook, bekend bent bij de voorzieningen/POR. En bekendheid betekent dan niet dat je naam ergens in de kaartenbakken staat, maar bekendheid betekent ‘positief onder de aandacht gekomen zijn’….. De POR, lang niet alle pleegzorgorganisaties hebben een (goed functionerende) POR.


Door de beleidsbepalers en voogden is er te weinig respect en begrip voor de pleegouders. Dit is m.i.z. een grote reden waarom van de 3 aangetrokken pleegouders er 2,5 uit de achterdeur verdwijnen (1). Pleegouderraden doen hun best, maar het is moeilijk om daar een (hoog) professioneel gehalte aan te krijgen.


Aan de werkers ligt het niet, maar wel aan het management dat een ander belang heeft. Dat geeft vaak spanningen.


Werkers willen wel maar door bezuinigingen en andere opgelegde (financiële-)regelingen zijn  (creatieve) oplossingen niet mogelijk. Soms hebben we het idee dat het allemaal verzakelijkt. Managers moeten de tent draaiend houden; jammer dat er pleegkinderen en (lastige) pleegouders zijn. Management denkt alleen maar in cijfers en niet (meer) waar het feitelijk om gaat; wat hun bestaansrecht is.


Goed, ze staan altijd voor mij klaar


Goed


Goed


Wel gezien, heeft te maken met of je van je laat horen.


Door de voorzieningen worden wij als pleegouders serieus genomen.
pleegouderraad heb ik nog nooit mee te doen gehad


De plaatsingen die wij tot nu toe gehad hebben liepen/lopen naar volle tevredenheid. En waar nodig laten wij wel van ons horen.


Het is belangrijk dat je een klankbord hebt om je vragen en je kennis deelt met elkaar.


Deels gezien en gehoord. Je moet wel zelf aan de bel blijven trekken.


Wisselende ervaringen met gehoord worden. Soms belangrijk om in sommige punten zakelijk te zijn en duidelijk aan te geven over hoe lang, op welke manier e.d. Als POR-lid lijkt het alsof pleegouders de POR moeilijk weten te vinden en het soms moeilijk vinden om hun ervaringen en soms problemen daar te droppen.


Soms wel, vaak niet, beslissingen voor en over het gezin worden al voor het overleg genomen.


Weinig; veel moet je toch zelf aanpakken


Voorzieningen: onvoldoende. Pleegouderraad: geen ervaringen mee


Wel door de  pleegouderraad maar niet altijd door de voorziening.


Wel door voorziening.  pleegouderraad nvt(?)


Voldoende door pleegzorg, onvoldoende door anderen.


Ik ben wel teleurgesteld in kracht/hulp die pleegzorg kan bieden en niet genoeg tegendruk kan geven naar Bureau Jeugdzorg.


Niet altijd even goed.


Ik voel mij sinds eind 2008 niet gehoord


Ik voel me helemaal NIET GEHOORD EN GEZIEN!!!!


Heel weinig


Pleegouders worden gehoord zolang als er geen visieverschillen zijn. Zijn deze er wel dan haakt men af.


Bijna nooit serieus


Niet


Niet


Naar mijn mening niet enorm groot.


De pleegouderraad stelt niets voor. Ik zit er zelf in. Gelukkig komen er nu veranderingen. De pleegouderraad moet goede ondersteuning krijgen en niet tegengewerkt worden. Als por-lid ben je vrijwilliger en heb je een gezin. Daar moet de zorgaanbieder op inspelen


Ik ken de pleegouderraad niet


Er is bij ons geen pleegouderraad meer


Pleegouderraad nog nooit mee in contact geweest (helaas ??).


Ik zie of hoor nooit (meer) iets van de POR. Vroeger verstrekten ze vaak informatie en was er een schaduwpor. Ik sta nog wel ingeschreven, maar hoor nooit wat.

Vraag 22: Komt het vaak voor dat men onderbuikgevoelens heeft dat alleenstaande pleegvaders niet betrouwbaar zijn?

Antwoorden medewerkers Bureau Jeugdzorg

Onderbuikgevoelens (?) zijn die goed of fout?
Als de gedachte op zou komen dat er specifieke risico’s zouden kunnen kleven aan de situatie bij welke (pleeg)ouders dan ook. Dan is het goed die ‘niet pluis’gevoelens (zoals wij ze noemen), te verwoorden en een dialoog te hebben over risico’s en zorgen en hoe deze weggenomen kunnen worden. In alle openheid. Alleen dat geeft perspectief. Los van BJZ kan een ieder (buren etc) zijn of haar gedachten hebben bij genoemde situatie. het is dus verstandig daar woorden aan te geven en duidelijk te maken hoe je dat soort zorgen zou willen wegnemen.


Dat is mij niet bekend.


Dit is onbekend.

Antwoorden medewerkers Jeugd en Opvoedhulp

Het komt voor. gelukkig is alleen al het simpele gegeven dat alleenstaande meneren sowieso al kritisch bekeken worden een mogelijkheid om vanaf het eerste contactmoment hier expliciet aandacht aan te geven. Bij andere aspirant-pleegouders heb je eerst de onderbuikgevoelens en daarna pas het gesprek of een lastige beslissing.


Onderbuikgevoelens komen altijd voor in het werken met mensen. vervolgens is het zaak je onderbuikgevoel om te zetten in gedachten en woorden. Concreet waarneembaar gedrag formuleren.


Wel kijk ik extra kritisch naar alleenstaande pleegvaders.


ik zou me er iets bij kunnen voorstellen, gezien de berichtgeving, goed zicht kunnen houden op de veiligheid is altijd belangrijk.


Deze vraag kan ik niet beantwoorden. Wie wordt bedoeld met men? Ikzelf heb deze gevoelens niet, maar ik vind wel dat bij elke nieuwe pleegouder natuurlijk een screening moet plaatsvinden op betrouwbaarheid e.d.


Dat weet ik niet. De enige alleenstaande pleegvader die ik heb begeleidt, gaf mij geen onderbuikgevoelens.


Vaak weet ik niet, maar het komt voor.


Lijkt me gezond dat alle alarmbellen eerst gaan rinkelen bij hulpverleners en dat hier gedegen naar gekeken wordt.


Als alleenstaande pleegvader moet je beseffen dat dat zo is. Hier in Nederland is dat nou eenmaal geen veel voorkomend iets. Dat is anders in de Zuidelijke landen waar kinderen veel meer door de hele familie wordt opgevoed en bewonderd.

Vraag 23: Waarom is er nog geen (landelijke) vorm van opvang ontwikkeld die tussen pleegzorg en een instelling in zit?

Antwoorden medewerkers Bureau Jeugdzorg en Jeugd en Opvoedhulp

Verschillende respondenten hebben hier “gezinshuis” als antwoord gegeven. De antwoorden met andere/extra informatie staan hieronder weergegeven.

Deze vorm heet gezinshuis, bestaat zowel in een landelijke als regionale varianten.


Er zijn al vormen van een huis waarbinnen verschillende ouderparen actief zijn. Dus een afwisseling van gezinnen in een huis om de draagkracht optimaal te houden.


Die is er; Inbetween in Groningen van Elker.


De voorkeur gaat er naar uit dat kinderen in gezinssituatie opgevangen worden. Als er niet meteen een pleeggezin beschikbaar is, is crisispleegzorg mogelijk. Verder is er in Amsterdam nog een “tussenvorm”  de Driehuizen.

Vraag 24: Waarom worden elk jaar weer kinderen de dupe van de financiële missers in jeugd- en pleegzorg?

Antwoorden van politici

Ernstige financiële missers zijn niet bekend. Natuurlijk is er vanuit de praktijk beter zicht op financiële uitgaven die worden uitgegeven aan succesvolle en noodzakelijke maatregelen en aan maatregelen die in de praktijk niet werken. Het is voor de politiek van belang dat het geld stroomt naar maatregelen en projecten die succesvol zijn


Dat weet ik niet, ik denk deels doordat het ministerie iedere keer bij algemene regels de positie van pleegouders vergeet, deels doordat de voorzieningen voor pleegzorg ‘star’ redeneren, en soms ook door pleegouders (pleegouderraad/commissie) die bij aanvragen voor noodfonds ‘star’ redeneren


Wat wordt precies bedoelt met financiële missers? Door wie veroorzaakt? Ik merk dat diverse Ministeries bij het maken en implementeren van nieuwe regels de doelgroep pleegkinderen en pleegouders vergeten. Bijvoorbeeld bij de kinderopvang is op aandringen van de provincie Noord-Brabant verbeterd, de regeling schoolboekengeld, de regeling kindtoeslag, etc.


Omdat de instellingen niet goed werken

Antwoord medewerker Bureau jeugdzorg

Het is belangrijk dat er duidelijke financiële kaders zijn voor jeugd en pleegzorg en dat er heldere taken en verantwoordelijkheden zijn. Het is belangrijk dat werkers kunnen waarmaken wat aan hen opgedragen wordt. Bestuurders en werkers moeten voorkomen dat kinderen de dupe worden en daar waar dat wel gebeurd zullen de mogelijkheden onderzocht moeten worden om verbetering aan te brengen. Een eerste stap is dan inventarisatie van knelpunten en analyse van de achtergrond van die knelpunten.

Antwoorden van medewerkers van Jeugd en opvoedhulp

Ook deze vraag gaat uit van bepaalde vooronderstellingen. Ik kan er zo snel niet een antwoord op formuleren.


Dat weet ik niet. Wel merk ik dat de caseload hoger wordt bij de jeugdzorg en pleegzorg. Dit is vanwege bezuinigingen en hoeverre daar financiële missers debet aan zijn weet ik niet.


Alles is mensenwerk. Jeugd- en pleegzorg zijn zelf ook met handen gebonden als het om financiën gaat. Bovendien, wie bepaalt dat er sprake is van een financiële misser en dat de jongere hiervan de dupe is?


Weet niet zeker waar het om gaat. Weet wel dat aan de hulpverleningspoot een hele poot met mensen zit die aan het puzzelen zijn met de financiering. Wij als hulpverlening staan daar vaak ten dienste van. Dit zou andersom moeten zijn. Geld is waar het ook hier om draait. Wij als hulpverleningsorganisatie moeten financieel gezond zijn.

Vraag 25: Jeugdzorg gaat decentraliseren van het provinciale niveau naar het gemeentelijke niveau. Wat gaat dit voor pleegouders met een voogdijplaatsing betekenen? Wat zijn de risico’s van de decentralisatie en wat is de winst?

Antwoorden medewerkers Bureau Jeugdzorg

In principe hoeft er voor deze pleegouders niets te veranderen. Het grote nadeel is eerder te zien bij het groeien van de wachtlijst, daar de gemeentelijke geldstroom beperkter is en dit direct effect zal hebben op de wachtlijst voor pleeggezinplaatsingen.


een en ander is nog onduidelijk; of de voogdij-instelling per provincie georganiseerd blijft (en per gemeente betaald) of dat er een herschikking plaats gaat vinden.


De pleegouders vallen onder de verantwoordelijkheid van de voorziening voor pleegzorg. Deze vraag lijkt dan ook eerder op z’n plek bij de voorziening. Uitgangspunt voor een eventuele herorganisatie van de uitvoering van voogdijmaatregelen moet zijn dat de kwaliteit van de plaatsingen gewaarborgd blijft. In mijn ervaring is een belangrijke factor in de kwaliteit van een pleegzorgplaatsing en voogdij dat er duidelijkheid blijft bestaan over het perspectief van het kind, zowel bij het kind zelf als bij de pleegouders.